top of page

Wie was Manke Lies, het Edegemse spook?


© Manke Lies & De Kleine Man (https://www.mankelies.be)

Het volksverhaal over Manke Lies spreekt tot de verbeelding en veel Edegemnaren herinneren zich nog de oude verhalen die hierover de ronde doen. Voor vele oude Edegemnaren was Manke Lies een vrouw van vlees en bloed.

In een vorig verhaal werd al verteld waar Manke Lies overal spookte [i].

In dit verhaal gaan we op zoek naar wie Manke Lies zou kunnen geweest zijn.

Wat zegt de geschiedenis?

Volgens Alfred Harou [ii], die over Edegem schreef in 1886, spookte Manke Lies aan Hoeve Reephage, eigendom van de familie Moretus [iii]. De hoeve verdween bij de aanleg van fort 5.

Harou beschreef de hoeve als volgt (vertaald uit het Frans):

“Op de plek waar nu het fort staat, stond ooit een boerderij, oud en vervallen. Voor de boerderij, eigendom van de familie Moretus, was een vijver, een soort modderpoel, waar kikkers en waterratten in volmaakte rust leefden. Erbarmelijke knotwilgen, onvolgroeid en verdord, die zowel in de winter als in de zomer hun versiering van dode bladeren behielden, grensden aan dit stilstaande en misselijkmakende water.”

Harou verklaarde het spoken als volgt:

“Toen de nacht viel, zwaaiden deze oude bomen, overblijfselen van de eeuwen van weleer, hun nietige takken onder de avondstormwind met het geknetter van dood hout, en schetsten de meest fantastische vormen aan de horizon. Deze eigenaardigheid, gecombineerd met de geest van de plattelandsmensen die van nature geneigd zijn tot het wonderbaarlijke, had al snel een legende gecreëerd. De oude boeren van de plaats zullen je in alle ernst vertellen dat Manke Lies, al lang dood, elke nacht verscheen, neergestreken op een van deze wilgen, in de houding van een spinster voor haar spinnewiel.”

De gevolgen waren volgens Harou een nachtmerrie:

“Na zonsondergang waren de toegangen tot de boerderij verlaten, en als een arme, verdwaalde stakker daar aan land kwam, sloeg hij een kruis en ging alleen bevend verder. … Een deel van de sloot rond het fort herinnerde aan die verschrikkelijke vijver, de nachtmerrie van de brave Edegembewoners.”

Tja…, dat van die brave Edegembewoners klopt wel 😉.

Heksende spinsters en dwalende lichtjes

Pierre Hens vertelt ons in zijn boek ‘Edegem in de verf gezet’ [iv]:

“Heel lang geleden woonde Manke Lies op die hoeve (Reephage). Ze had iets op haar kerfstok, maar wat ze misdaan heeft weten we niet. Ze beloofde evenwel om haar leven te beteren en om het gedane onrecht terug goed te maken. Ze stierf echter vooraleer ze haar belofte kon vervullen, waardoor haar ziel geen rust kende. Oude boeren uit de streek vertelden dat Manke Lies elke nacht verscheen in één van die knotwilgen aan de vijver. Ze zat dan op een tak in de houding van een spinster aan haar spinnewiel. Het verhaal wil dat ze net zo lang zal terugkomen tot een of ander liefdadig mens haar belofte zal vervullen. … In Edegem doen een vijftal verhalen de ronde over ‘stallichten’ of ‘glimaaikens’. Dwaallichten zijn in het volksgeloof zieltjes van ongedoopte kinderen.”.

Pierre voegde er in een interview nog aan toe dat er bij de oudere inwoners een spreuk circuleerde: “Trouwen of Manke Lies”.

Uit 'Edegem in de verf gezet', schets van Ward Nijs. © Gemeente Edegem.

Zou Manke Lies echt bestaan hebben?

De speurtocht naar Manke Lies begint al met haar naam. Lies is een roepnaam van Elisabeth. In de akten van de burgerlijke stand vinden we geen roepnamen terug, we gaan dus op zoek naar een Elisabeth. We zullen ook aannemen dat Manke Lies niet ver kon lopen, en dus in de buurt woonde. Dat beperkt de zoektocht aanzienlijk, want er waren aan de noordwestkant van Edegem maar 7 hoeves. Verder was ze volgens Harou al lang dood in 1886, volgens de verhalen van de inwoners lijkt die ‘al lang’ relatief, ook nu nog herinneren de oudere inwoners de verhalen nog goed. Voor dit onderzoek nemen we aan de Manke Lies in de 19de eeuw nog geleefd zou hebben wetende dat het volksverhaal nog ouder zou kunnen zijn. Harou vertelde ook over de verschrikkelijke modderpoel met misselijkmakend water. Dat is een probleem voor Hoeve Reephage.

Reephage, de hoeve op de heuvel

Op geen enkele oude kaart vinden we een poel rond Hoeve Reephage.

En misschien is dat niet onlogisch. De hoeve ligt op een heuvel tussen de vallei van de Kleine Struisbeek ten noorden en de laagte van het Hof Ter Linden en de vallei van de Terlindenloop ten zuiden [v].

Noord-Edegem anno 1806

De bron van de Kleine Struisbeek ligt in Edegem ter hoogte van Hoeve Ten Daele (vandaag het kruispunt Oude-Godstraat, Edegemsestraat, Omheiningslei) [vi]. Dan maakt de beek een cirkelvormige bocht ten noorden van Hoeve Reephage en vormt de natuurlijke grens met de gemeenten Mortsel en Wilrijk. De beek loopt dan westelijk verder naar Wilrijk richting Schelde. Hoeve Reephage lag op een hoogte en zag neer op de hoeven in de vallei van de Kleine Struisbeek. Vanop hoeve Reephage had je in zuidelijke richting ook een zicht op Hof Ter Linden en op de molen van Edegem.

Bedenking van de auteur: “Vroeger sprongen we als kind over (of in) de Kleine Struisbeek, vandaag is de beek op Edegems grondgebied volledig ingebuisd en weet niemand nog waar ze stroomt“.

Omdat Hoeve Reephage op een heuvelrug(getje) ligt (15 meter boven de zeespiegel) is de kans dat er een poel was, eerder klein. De beken en plassen liggen zo’n 4 meter lager. Hoeve Te Nijverdonck lag aan de Kleine Struisbeek en had een omwatering, wat je zou kunnen zien als een poel.

Wie woonden er in de 7 hoeves?

De bevolkingsregisters vertellen ons wie er gedurende de onderzoeksperiode 1811-1876 [vii] woonden in de 7 hoeves.

Het gehucht 'De Verbrande Hoeve' in noordwest-Edegem. De Prins Boudewijnlaan gaat er vandaag van noord naar zuid dwars doorheen. De hoeven 1-4 situeren zich nu rond de Simon Stevinlaan, 5-6 midden in de Garden City-wijk, 7 in de gracht van Fort 5 iets ten oosten van het Kerkplein.

1. Hoeve ‘Govaerts’, later Hoeve ‘Nijs’ genoemd [viii]

2. Hoeve Te Nijverdonk (met omwatering), ook Hoeve ‘Torfs’ genoemd

3. Dubbelhoeve west

4. Dubbelhoeve oost

5. Hoeve Wolfsijzer 1

6. Hoeve Wolfsijzer 2

7. Hoeve Reephage

Zijn er vrouwelijke bewoners die Elisabeth noemen? Twee landbouwsters zouden in aanmerking kunnen komen (zie bijlage: Bewoners gehucht ‘De Verbrande Hoeve’ van 1811 tot 1876) met name Elisabeth De Roeck en mogelijk ook Isabella Boen, hoewel Lies als roepnaam voor Isabella niet zo vanzelfsprekend is.

Is Isabella Boen misschien Manke Lies?

Op 1 januari 1838 kwam landbouwer Franciscus Thys met zijn echtgenote Isabella Boen in Hoeve Reephage wonen. Thys pachtte de hoeve van de edelman Carolus Moretus. Het koppel had 13 kinderen.

Op 26 december 1846 vertrok boer Torfs van Hoeve Te Nijverdonk naar Berchem en kwam de hoeve vrij. Het gezin Thys verhuisde van Hoeve Reephage naar Hoeve Te Nijverdonck en bleef daar wonen tot ongeveer 1870. Isabella Boen overleed op 8 mei 1865 en haar man Franciscus op 19 juli 1869, beiden in de hoeve. Enkele kinderen gingen vervolgens rentenieren in de Hovestraat 9, het eerste huis dat in de straat gebouwd werd en waar Erik Laforce een verhaal over schreef [ix].

Alfred Harou hoorde dat Manke Lies in 1886 al lang dood was “morte depuis longtemps”. Isabella was 21 jaar eerder overleden in 1865 en dat was mogelijk niet lang genoeg om in aanmerking te komen. Het is aantrekkelijk om te veronderstellen, omdat ze op Hoeve Reephage gewoond heeft, maar Isabella Boen is vermoedelijk niet te vereenzelvigen met Manke Lies.

Is Elisabeth De Roeck dan Manke Lies?

De andere vrouw die mogelijk wel als Lies werd aangesproken was Elisabeth De Roeck, geboren op 5 januari 1782 in Edegem. Zij trouwde op 10 november 1819 met landbouwer Peter Hellemans, telg van de grootste Hellemansdynastie van Edegem [x].

Anekdote: Peter Hellemans had de eer het allereerste verkeersongeval te veroorzaken dat door de schepenbank (de rechtbank van voor de Franse Revolutie) werd behandeld. Peter reed op 13-jarige leeftijd met paard en kar een vrouw omver die om een schadevergoeding vroeg. Hoe dat is afgelopen weten we niet want de schepenbank werd door de Fransen ontbonden.

Het koppel kreeg 9 maanden na hun huwelijk een dochter Joanna Catharina - zij leefde slechts 5 dagen - en bleef nadien kinderloos. Zij pachtten Dubbelhoeve oost tot 1843. Elisabeth De Roeck overleed op 4 april 1843 waarna haar man verhuisde naar Hoboken.

Elisabeth De Roeck is dus al wat langer overleden dan Isabella Boen en de Dubbelhoeve ligt naast Hoeve Te Nyverdonck, waar een poel is. Alleen heeft Elisabeth niets te maken met Hoeve Reephage. De sage moet zich dan al verplaatst hebben van Hoeve Te Nyverdonck en de Dubbelhoeve naar Hoeve Reephage, wat in principe kan want later verhuisde de sage nog naar Hoeve Mitterleie aan de andere kant van het fort.

Is Manke Lies iemand anders? Of is ze verzonnen?


Manke Lies kan natuurlijk ook nog iemand anders zijn, het zoekgebied was sterk afgebakend. Of het zou een verzinsel kunnen zijn, een belichaming van lokale angsten. De aanleg van Fort 5 moet een grote impact op de Edegemnaren hebben gehad. Plots staat daar, waar vroeger weilanden overheersten, een fort door de inwoners omschreven als "ysverwekkende en moordadige soldatenheuvelen"[xi]. De weg naar het dorp werd afgesneden en om naar de kerk te gaan moest men langs een voetweg onder het fort. Tot in de 20ste eeuw was onder het fort lopen een daad die enkel voor de moedigen was weggelegd 😉. Leuk detail: een deel van de oude weg die naar het dorp liep bestaat vandaag nog altijd en noemt… het Dwaallichtjespad.

Wie is Manke Lies?

We weten gewoon niet wie Manke Lies is en of ze echt heeft bestaan.

Misschien duikt er ooit een archiefstuk op dat meer klaarheid schept.

Maar vandaag is het gewoon leuk om even mee te gaan in het verhaal 😉.

Peter Crombecq, april 2023.

Met dank aan Erik Laforce, Pierre Hens en Hugo Tant.


 

Bijlage: Bewoners gehucht ‘De Verbrande Hoeve’ van 1811 tot 1876

 

Bronnen


[i] Peter Crombecq, “Waar spookte Manke Lies?”, te raadplegen op https://www.petcro-genealogie.be/post/waar-spookte-manke-lies.

[ii] Alfred Harou, "Wilryck, étude de géographie locale", (Brussel: Société Royale Belge de Géographie, 1886) p. 690-691 te raadplegen via https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k107682g

[iii] Kadaster, opmetingschets Edegem 1860 schets 1. Geraadpleegd bij FOD Financiën, Patrimonium¬documentatie, Administratie Opmetingen en Waarderingen, Centrum Mutaties en Waarderingen Antwerpen, Italiëlei 4.

[iv] Ward Nijs & Pierre Hens, “Edegem in de verf gezet”, (Edegem: Lannoo voor Gemeente Edegem, 2012)

[v] Waterlopen, Provinciale kaarten, te raadplegen op https://geoloket.provincieantwerpen.be/geoloketten/?viewer=extern&LayerTheme=2

[vi] Atlas der Buurtwegen (1841), te raadplegen op https://www.geopunt.be,

[vii] Edegem. Bevolkingsregisters, te raadplegen op https://www.familysearch.org/

[viii] Pierre Hens & André Mens, “Edegem, het boerendorp van toen, boek 1”, (Edegem: Davidsfonds, 2013),

[ix] Erik Laforce, “Het eerste huis in de Hovestraat”, te raadplegen op https://erfgoederggoed.wordpress.com/2023/02/17/het-eerste-huis-in-de-hovestraat/.

[x] Peter Crombecq, “Hellemans, een naam die in Edegem klinkt als een huis”, te raadplegen op https://www.petcro-genealogie.be/post/hellemans-een-naam-die-in-edegem-klinkt-als-een-huis

[xi] Prof. dr. R. Van Passen, “Geschiedenis van Edegem”, (Edegem: Gemeentebestuur van Edegem, 1974), p. 614.


252 weergaven
bottom of page