top of page

De Zielenroerselen van Herberg De Roetaard

Bijgewerkt op: 20 okt. 2023


Hallo, ik ben Herberg De Roetaard en ik wil, voor ik sterf, vertellen wat ik heb meegemaakt in mijn leven. En hoe ik aan mijn einde ga komen. Een treurig einde… Dit verhaal is gebaseerd op feiten [i] maar een gebouw dat zich inleeft is natuurlijk fictie. Het laat wel toe om tijdperk- en generatieoverschrijdend naar de geschiedenis van een gebouw te kijken. Mijn huis bestaat uit een herberg, een rechthoekige ruimte met rechts achteraan een kleine woning. Boven de herberg woonde het gezin dat de herberg uitbaat. In de loop van de tijd verschenen er in de tuin nog 3 kleinere woningen waar ook gezinnen verbleven. In mijn glorietijd leefden er 5 gezinnen.

Ligging van De Roetaard aan de Strijdersstraat in de bocht naar de Oude Godstraat. Foto 1: het perceelplan anno 1870; foto 2: links in beeld De Roetaard; foto 3: dezelfde plek recent.

Mijn naam komt van een vogel die hier vrij veel voorkwam, de Vlaamse Gaai. De boeren noemden die de Roetaard [ii]. Van mijn jeugd weet ik niet zoveel meer, alleen wat professor R. Van Passen [iii] er over gevonden heeft. Men heeft mij gebouwd voor 1595, dus ik ben heel oud.

De Roetaard met pijl aangeduid op kaarten van de periode 1760-1767 toen wagenmaker Joannes Baptista Coveliers er woonde en de herberg uitbaatte. Niet zover van de Sint-Antoniuskerk.

Het tijdperk van Petrus Coveliers


In mijn tienerjaren, allez, ik was dan al zeker 100 jaar, kwam de familie van Petrus Coveliers in het huis wonen. Petrus kwam van Reet, geloof ik, en trouwde op 5 oktober 1706 met Anna Maria De Laet, dochter van de belangrijke Edegemse familie De Laet die toen de Boerenlegerhoeve van kasteel Arendsnest pachtten.


Coveliers was een wagenmaker maar hield met zijn vrouw ook mijn herberg open. Zij hadden 7 kinderen toen Anna Maria plots overleed in 1726, 47 jaar oud. Petrus trouwde kort daarna met Joanna Schillemans en zij kregen nog eens 9 kinderen. Mijn huis was dus goed gevuld. Coveliers was onmiddellijk een belangrijk man want vanaf 1707 vergaderde het college van schepenen in de herberg en dat zouden ze regelmatig blijven doen tot in 1734. Mijn leukste tijden waren in 1735. Toen werd er door de jeugd flink plezier gemaakt in de herberg, labaaien, noemde ze dat toen. Er werd zoveel gefeest dat pastoor Pletinckx, van mijn overbuur de Sint-Antoniuskerk, de ban uitsprak over de feesten, en toen was het ook gedaan, spijtig genoeg.

Uit het ABC-boek van de duivel: “labaismus of labaaien: samenkomst voor mans- en vrouwspersonen waar men, onder voorwendsel van samen te werken, als spinnen, naaien, enz. om het licht te sparen, zich daarna vermaakte in brasserij en fikfakkerij’ [iv]. Labaaien was een zonde die werd gelijkgesteld met abortus, duivelse magie, sodomie en geweld tegen de ouders.

Het tijdperk van Elisabeth De Roy

Petrus Coveliers stierf in 1761. Zijn zoon Joannes Baptista nam de zaak over, hij was 27. Hij trouwde een jaar later met Anna Catharina Carels, die hem 3 kinderen schonk maar die allemaal overleden voor hun 2 jaar. Anna Catharina stierf ook toen ze 25 jaar was, in 1766. Joannes Baptista hertrouwde 3 maanden later met Elisabeth De Roy en samen verwachtten ze nog een dochter. Voor die werd geboren, stierf Joannes Baptista in maart 1767. Hij was dan ook nog maar 32 jaar. Twee maanden later, op 6 mei 1767, werd dochter Anna Maria geboren. Ik heb in het huis veel kinderen en ouderen zien sterven, maar deze periode was wel erg dramatisch. Elisabeth De Roy erfde mij, De Roetaard, en hertrouwde 4 maanden na het overlijden van haar echtgenoot met wagenmaker Joannes Baptista Van Roosenbroeck. Zij kregen samen 5 kinderen.

Afstammelingen van Elisabeth De Roy die een rol spelen in dit verhaal, niet alle afstammelingen zijn vermeld.

Maar ongelukken komen niet alleen, ook haar tweede echtgenoot Joannes Baptista stierf in 1779, toen zijn kinderen nog heel jong waren, tussen de 1 en 12 jaar. Elisabeth De Roy hield het huishouden alleen recht en mijn herberg bleef open. De rampspoed was nog niet voorbij, 3 van haar 5 kinderen stierven thuis. En tenslotte stierf ook zij in 1798, 58 jaar oud.

Het tijdperk van Joannes Baptista Van Roosenbroeck junior

Haar zoon Joannes Baptista junior, inmiddels 23 jaar, erfde mij, De Roetaard. Ook hij was een wagenmaker en werd ook een belangrijk persoon in de gemeente. Het was een woelige periode in Edegem, de Fransen waren baas sinds 1794 en zouden dat blijven tot 1814. Als jonkman van 27 maakte Joannes Baptista in 1802 kennis met François Vermeerbergen, door de Franse overheid aangesteld als burgemeester van Edegem [v]. En de burgemeester had een zus, Maria Anna, waarop Joannes Baptista Van Roosenbroeck verliefd werd en waarmee hij trouwde op 3 december in 1804. Zes kinderen werden in huis geboren, 3 overleden er ook, amper 3 weken, 5 jaar en 15 jaar oud. Zoon Franciscus Josephus werd timmerman en woonde met zijn gezin in een achterhuisje. Zijn dochter Anna Maria, geboren op 1 september 1845, was “aangedaan door zinneloosheid” en werd naar een gastgezin in Geel gestuurd. Bij ene Louis Van Gheel, what’s in a name. Ze kwam in 1874 terug bij haar zus wonen maar was niet echt genezen. Wat later lezen we in een brief [vi] van onze gemeente aan de burgemeester van Geel dat “dit meisje niet gevaarlijk schijnt te zijn” en de burgemeester vraagt om opnieuw “deze zinnelooze ten zijnen (=Louis Van Gheel) woonst te willen overbrengen” en dat tegen 80 cent per dag. Anna Maria overleed in Geel en werd 32 jaar.

Uittreksel van de briefwisseling tussen de burgemeesters van Edegem en Geel

Over een neef van Anna Maria vertel ik straks nog een spannend verhaal. Dochter Maria Theresia trouwde met Joannes Franciscus De Laet in 1842 en kreeg met hem 5 kinderen die allemaal stierven voor ze 10 jaar waren. Vader Joannes Baptista stierf in 1852, 76 jaar oud. Dochter Maria Theresia en haar man Joannes Franciscus namen De Roetaard over. Toen haar man overleed in 1857 hertrouwde ze 2 jaar later met meester timmerman Petrus Joannes Gysels en trok bij hem in, in zijn atelier aan de Molenstraat 21 (nu Drie Eikenstraat).

De Roetaard met pijl aangeduid op kaarten van de periode 1870 en 2023.

Het tijdperk van, ja…, van wie?

Maria Theresia Van Roosenbroeck verhuurde mij eerst aan schoenmaker en tapper Petrus Franciscus Verhulst en verkocht mij uiteindelijk in 1860 aan brouwer Van Boeckel van brouwerij ‘In de Wildeman’. Na 160 jaar bij dezelfde familie geweest te zijn is dit wel even wennen, nieuwe bazen, nieuwe wetten. En dat zou ik al snel ondervinden.

Van Boeckel verkocht mij in 1867 aan een andere schoenmaker, Petrus Carolus Anthoni uit Broechem [vii]. De Verhulstjes verhuisden naar een herberg & schoenmakerij aan de Dorpstraat 5 (nu Strijdersstraat) en namen mijn naam, De Roetaard, mee. Ik was mijn naam kwijt die ik minstens 270 jaar droeg. De Anthoni’s noemden mij ’t Plisant, pff… was helemaal niet plezant.


Een paar jaar na het overlijden van Petrus Carolus lieten de Anthoni’s de uitbating van de herberg over aan Petrus Joannes Stolen. Die veranderde mijn naam van ’t Plisant naar In De Harmonie, tja… In 1883 vertrokken de Anthoni’s uit Edegem en verkochten mij aan Joannes Andries. Zijn kinderen kwamen met hun gezin in verschillende van mijn huisjes wonen. Schoonzoon Adrianus Eduardus Weckhuysen was barbier en knipte zijn gasten in de herberg. Andries verkoopt me dan in 1888 aan Cornelius Van Camp die hier nooit gewoond heeft. Een herbergier en muziekmeester van Nijlen [viii]. Schrijnwerker Ludovicus Torfs heeft de herberg nog een tijdje uitgebaat en diamantslijper Julius Steurs en zijn zoon Emilius waren de laatsten, denk ik. De herberg, pardon, café, noemde terug In ’t Plisant. In mijn laatste jaren ben ik nog gefilmd geweest. Ik kom 7 seconden in beeld in een grappige speelfilm over een auto-ongeval aan de Sint-Antoniuskerk [ix].


Uit de klucht “Dramatisch auto ongeval 12 oktober 1946” vanaf 8’45” tot 8’52”.

Maar dat is wel het laatste wat ik me herinner… Ik ben intussen toch ook al meer dan 300 jaar… Zoals beloofd, nog een laatste spannend verhaal. Wie er toen ook even bij mij woonde was een neef van mijn vroegere eigenares Maria Theresia Van Roosenbroeck, Joannes Baptista Van Roosenbroeck met zijn vrouw en kinderen. Een van de kinderen, Josephus Elisabeth, was bekend als ‘Sterke Jef’ en maakte deel uit van de ‘Bende Nauwelaerts’ die het zuiden van Antwerpen onveilig maakten. Overal werd ingebroken, aangerand en gemoord. Edegem bleek een zenuwcentrum te zijn.

In De Volksgazet van 25 februari 1925

Ons gemeentebestuur heeft toen aan de Gasmaatschappij gevraagd om ook ’s nachts de lampen te laten branden maar de diefstallen namen nog toe (grappig, vind ik toch stiekem). Sterke Jef werd uiteindelijk aangehouden en veroordeeld voor 1 inbraak en 1 moord [x]. Het proces stond in alle gazetten [xi],[xii],[xiii].

Het einde van een tijdperk

Mijn kaarsje gaat onherroepelijk uit. Ik heb in mijn herberg een plan gelezen dat een landmeter kwam laten zien aan mijn eigenaar. Op vrijdag 6 juni 1913.

De verbreding van de Strijdersstraat is aangeduid met een rode lijn en loopt over de huizen waaronder De Zwaan en De Roetaard.

Daar stond op dat ik ga verdwijnen, samen met mijn buren, waaronder ook mijn oude buur De Zwaan. Ze gaan de Dorpstraat, pardon, de Strijdersstraat verbreden. Moest dat nu echt? Kunnen ze de overkant niet afbreken? Wij bestaan tenslotte al 300 jaar en hebben ook onze rechten. Of kunnen ze ons geen plaatsje geven in een rust- en verzorgingsdorp? Mijn doodstrijd duurde nog 30 jaar, tot voorbij de twee wereldoorlogen. Die heb ik nog wel overleefd… maar de buldozers van einde de jaren ‘40 niet meer. Ik werd geen 400 jaar oud. Requiem in pace, infeliciter non in Bokrijk. Peter Crombecq, oktober 2023 Met dank aan iedereen die mee gezocht heeft naar het verleden van De Roetaard en meer specifiek veel dank aan Erik Laforce en Willy Swiggers.


 

Eindnoten

[i] De voornaamste bronnen zijn de parochieregisters, de registers van de burgerlijke stand, de bevolkingsregisters en het kadaster. [ii] Willy Swiggers, “Den Roetaerd”, De Zonneblusser, 2009, nummer 3. [iii] Prof. dr. R. Van Passen, “Geschiedenis van Edegem”, (Edegem: Gemeentebestuur van Edegem, 1974), p. 781-782 [iv] Huyghebaert J., “ABC-boek van de duivel”, Biekorf, 1984, te raadplegen via de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), https://www.dbnl.org/tekst/_bie001198401_01/_bie001198401_01_0051.php [v] Prof. dr. R. Van Passen, “Geschiedenis van Edegem”, o.c., p. 547 e.v. [vi] RAA, Hedendaags Gemeentearchief Edegem met ref BE-A0511/P036, deel 14, Briefwisseling 1875-1880, akte 7731van 25 augustus 1876 [vii] Peter Crombecq, “De herbergiersfamilies Anthoni in Edegem”, te raadplegen op https://www.petcro-genealogie.be/post/de-herbergiersfamilies-anthoni-in-edegem [viii] Notarisakte verkoop “In de Harmonie” van Joannes Andries aan Cornelius Van Camp, dd 12-11-1888 bij notaris Frans Jacobs te Wilrijk [ix] De Zuidrand Erfgoed, Filmarchief René Van de Velde, “Edegem: auto ongeval in 1946 (klucht)”, inventarisnummer AZU032000058, te raadplegen op https://www.erfgoedzuidrand.be/Detail/objects/2531 [x] Prof. dr. R. Van Passen, “Geschiedenis van Edegem”, o.c., p. 665-666 [xi] Vooruit, “Bende Nauwelaerts voor het Assisenhof te Antwerpen”, 21 februari 1925, te raadplegen op https://www.belgicapress.be/ [xii] Nieuws Van Den Dag, “De Bandietenbende Nauwelaerts, 23 bandieten, 201 misdrijven”, 22 februari 1925, te raadplegen op https://www.belgicapress.be/ [xiii] Belgicapress, zoeken op de woorden ‘bende’ & ‘Nauwelaerts’ & ‘Edeghem’ in de periode 1924-1926, te raadplegen op https://www.belgicapress.be/

279 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comentarios


bottom of page