De belevenissen van Louis Vranken, veldwachter te Rillaar

Ook Rillaar bleef niet gespaard van lichte en zwaardere misdrijven. Louis de garde Vranken was veldwachter van Rillaar en noteerde verklaringen van betrokkenen in een notitieboekje. Nu, 70 jaar later, doen we zijn boekje eens terug open.



Politieboekje van Louis Vranken.

De kroniek van een veldwachter

In het Stedelijk Archief en Documentatiecentrum van Aarschot (SADA) bevindt zich een archiefstuk dat omschreven wordt als het ‘Politieboekje van Louis Vranken’. In dat notitieboekje schreef Louis de verklaringen van inwoners die betrokken waren bij incidenten waarvoor hij opgeroepen werd. Het is een unieke bron van informatie over het soort incidenten en misdrijven die zich afspeelden in het Rillaar van de jaren 1948 tot en met 1952: een echte kroniek.


Dit kortverhaal bevat een selectie van de incidenten die zich hebben voorgedaan in die periode. Voor de selectie werd vooral gekeken naar de families Vrancken & Vranken, die in Rillaar buitenproportioneel aanwezig zijn. En allemaal verwant zijn, met of zonder ‘c’. Omwille van de privacy werden van de betrokken Vran(c)kens de voornamen aangepast en van de andere personen voor- en achternaam.

Het kortverhaal is gebaseerd op feiten, aangevuld met informatie van zijn zoon en zijn neef Evrard Vranken, maar is fictie voor wat betreft het denken en handelen van Louis.


Wie is Louis de garde Vranken?

Louis Philip Vranken werd geboren in Rillaar op woensdag 26 april 1922. Hij trouwde met de 20-jarige Anna Anastasia ‘Stazie’ Nijs op 20 november 1948 en kregen samen drie kinderen. Louis Vranken, of Louis de garde, zoals hij door zijn dorpsgenoten werd genoemd, was veldwachter in Rillaar en later, na de fusie in 1977, inspecteur van politie in het korps van Aarschot. Louis deed zijn ronde door Rillaar op zijn bromfiets en hield in de verschillende gehuchten zitavonden in de lokale cafés, waar het bier rijkelijk vloeide. Hij was lid van de Oudstrijdersbond en van de fanfare 'De Mottegalm'.

Louis overleed op woensdag 21 april 1982, een paar dagen voor zijn zestigste verjaardag. Stazie van de garde, zoals zij tot het einde van haar leven werd genoemd, overleefde Louis nog bijna 40 jaar en overleed in 2020.

Zijn zoon Kris gaf toelating tot publicatie van dit kortverhaal.


Familie Vranken rolt vechtend over de straat

Maandag 18 april 1949, een zomerse dag met temperaturen tot 25,3°

Zoals elke maandag hield Louis zitting in het café van Henri Vranken, oud wielrenner en velomaker. Om 20 uur kwam Pieter De Saegher binnengestormd:

“Mijn echtgenote Irène Vranken is geslagen geweest door haar broer Albert Vranken, ik pik dit niet en wil een rechterlijk gevolg.”

Louis bezwoer Pieter dat hij de zaak zou onderzoeken en dat hij het zeker niet zo zou laten. Pieter kalmeerde en bestelde een Aarschotse bruine, om het af te leren.

De volgende dag sprak Louis met het slachtoffer Irène. Zij vertelde:

”Mijn broer Lieven was in gevecht met mijn broer Albert en diens echtgenote Maria Peeters en die brachten samen slagen toe aan mijn broer Lieven. Toen ik de vechtenden wou scheiden werd ik aangevallen door hun dochter Angèle en dan is ook mijn broer Albert op mij gesprongen en die heeft mij geslagen op mijn hoofd en gestampt op gans mijn lichaam.”

Een half uur later ging Louis te rade bij Lieven Vranken en die verklaarde:

“Gisterenavond waren er voor mijn woning 3 kinderen met de velo aan het rijden. Omdat de echtgenote van mijn broer, Maria Peeters, niet uit de weg wou gaan heb ik ‘heup’ geroepen waarop ze mij begon uit te schelden met de woorden: “Ik durf a niet bezien want ik heb schrik dat ik van a zou kweeken en van die soort heb ik er al genoeg.” Ik ben dan naar haar toe gegaan om meer uitleg te vragen maar kreeg een slag in mijn gezicht en mijn broer Albert is op mij gesprongen. We zijn gevallen, ik ben opgestaan en naar binnengegaan. Mijn zus Irène heb ik niet gezien.”

Om 15 uur kreeg Louis Albert te pakken en die verklaarde:

“Gisteren waren we op weg naar de cinema. Toen we voorbij de woning van mijn broer Lieven kwamen riep die naar de 3 kinderen die aan het koersen waren: “Rijd ze maar omver”. Dan is Lieven naar ons toegekomen en heeft mijn echtgenote Maria Peeters ogenblikkelijk een stamp toegebracht op haar buik en mezelf op mijn linkerbil. Mijn echtgenote werd toen aangevallen door mijn zusters Amelie en Irène en toen heb ik ook een stamp gekregen. De echtgenoot van mijn zus Irène, Pieter De Saegher, was dan aan het haar van mijn echtgenote aan ’t trekken en bracht haar met de vuist slagen toe op haar achterhoofd. Toen is mijn dochter Angèle tussengekomen en die heeft ons gescheiden. Iemand riep nog ‘Slaat hem dood’ (mij bedoelend) maar ik weet niet wie.”

De familie Vranken, vermoedelijk was Louis wel met hen verwant, iemand zou dat toch eens moeten uitzoeken, was gekend bij Louis voor andere feiten. Zo kwam verleden week nog iemand klagen:

“Ik werd gisteren om 7:30 door Maria Peeters en Albert Vranken aangevallen met gritsel en zeis.”

Louis zou een proces verbaal opmaken en het gerecht zijn werk laten doen.


Josefien Vranken veroordeeld voor ontucht met minderjarigen en gewelddaden op een politieman

Louis wist dat de vechtende familie een stevige reputatie had. Hun achternicht Josefien Vrancken was ooit veroordeeld voor ontucht met minderjarigen:

“Betichte heeft op meer dan honderd reizen eene aanranding der zeden gepleegd door 3 minderjarige kinderen van 16 jaar aan te hitsen, te vergemakkelijken of te begunstigen ten einde andermans driften te voldoen.”

En voor een gewelddadige aanslag op een politieagent:

“Betichte heeft een opstand gedaan door aanval, wederstand met gewelddaden of bedreigingen jegens een politiebeambte.”

Het tweede feit wordt zelfs omschreven als 'tentative d’assassinat' of moordpoging.

Josefien werd voor de feiten met de minderjarigen veroordeeld tot een gevangenzitting van 5 jaar en een geldboete van 3.000 franken [1] voor de aanval op de politiebeambte een gevangenzitting van 1 maand. De moordpoging bleek niet zo erg te zijn, althans niet volgens de straf.

Josefien Vrancken was gehuwd met Theofiel Vranken, een achterneef van Louis.

Voor Louis was het echt wel heel gecompliceerd. Vran(c)kens die met Vran(c)kens trouwen. Mag dat allemaal? Iemand zou dat toch echt eens moeten onderzoeken.


Marleen Vrankens identiteit gestolen

Donderdag 14 februari 1952, een zwaarbewolkte dag met temperaturen rond het vriespunt, 15u40.

Louis was er niet gerust in. Tot een meter sneeuw in de Ardennen en donkere wolken boven Rillaar. De wegen lagen er nog droog bij maar hij nam geen risico, een kort tripje met de bromfiets langs Kapellekens, Schoonderbeukenseweg, rond het Vranckenbos en terug naar huis. Wie heeft toch zijn naam gegeven aan dat bos?

Aan Kappelekens kwam Marleen Vranken naar buiten gelopen. Ze had gewacht op Louis om haar beklag te doen. In een betoog dat het midden hield tussen razernij en moordzucht vertelde ze dat haar buurvrouw, Anna Vrancken, haar identiteit gestolen heeft. Anna had vorige week zaterdag 3 kinderen met een boodschappenlijst naar de beenhouwer en naar de dorpswinkel gestuurd met een briefje ondertekend door Marleen en dat zij zou komen betalen na de mis. De kinderen kregen de boodschappen mee en bezorgden die ook aan Anna. De winkeldochter bij de beenhouwer vond dat wel vreemd omdat Marleen even voordien ook al vlees was komen halen. Zij hield het briefje bij. Gisteren stapte Marleen opnieuw de beenhouwerij binnen voor vlees en kreeg het hele verhaal te horen. Marleen ontplofte bijna en ging het zeker aan Louis de garde vertellen. Wat dan ook gebeurde.

Louis noteerde haar verklaring en de namen van de winkeldochters en de 3 kinderen. Hij lette goed op de naam Vran(c)ken, eenmaal met c en eenmaal zonder. Geen directe familie van elkaar dus, hoewel hij vermoedde dat er toch gemeenschappelijke voorouders zouden moeten zijn. Het is echt niet normaal hoeveel Vranckensen met en zonder ‘c’ er in Rillaar wonen.

Na alle betrokkenen gehoord te hebben blijkt dat Anna intussen alles heeft betaald en er vrede is gesloten tussen beide buren. Hij zou het zo laten en geen proces verbaal maken.


Ontrouw bij nachte in de wei

Woensdag 28 mei 1952, half tot zwaarbewolkte dag met een gemiddelde temperatuur van 11.3°.

Louis deed zijn vaste ronde langs de Langestraat via de Diestsebaan naar het Dorp om daarna zitting te houden in het café ‘bij Rik van Dore van Nand’.

Toen hij om 14u30 aan de Diestsebaan kwam, stormde zijn achternicht Emilie Vranken naar buiten. Zij was getuige geweest van de ontrouw van haar buurvrouw vorige vrijdag. Zij hoorde rond 21 uur een vreemd geluid aan de poort en zag haar buurvrouw Maria Bauwens buitenkomen en terug naar binnengaan. Kort nadien verscheen Paul Brams met de fiets. Emilie Vranken:

“Hij reed voorbij de woning van Maria Bauwens, kwam terug, en gekomen aan de hogervermelde woning doofde hij zijn licht en reed een wegeltje in recht tegenover de woning. Deze loopt uit op een weide. Een paar minuten later kwam Maria Bauwens buiten en volgde Paul Brams. Ik ben dan ook de weg opgegaan en bemerkte de beide personen liggend in de weide. Paul Brams lag bovenop Maria Bauwens. Wat zij deden weet ik niet. Een half uur later is Maria Bauwens uit de weide gekomen. Paul Brams is langs de weide naar huis teruggekeerd. Ik heb Maria Bauwens gezegd dat ik haar man op de hoogte zou brengen dat ze met Paul Brams in de weide had gelegen. Zij heeft op mijn gezegde niet geantwoord. De dag daarop heb ik haar echtgenoot Lieven Van Aerschot alles verteld. Deze heeft op mijn gezegde ook niet geantwoord.”


Louis dacht in zichzelf, er zal in dat huwelijk wel flink zal gebakkeleid worden nu, of misschien ook niet. Ik ga voorlopig niets doen en we zien wel wat er nog volgt.


’s Avonds laat thuisgekomen mijmerde Louis de garde over zijn job en het leven. Al vier jaar getrouwd met Stazie Nijs en met haar filosoferend over kinderen en kleinkinderen. Wat zou hij hen straffe verhalen kunnen vertellen. Straffe verhalen over dorpsgenoten die stomme dingen uitspoken. Straffe verhalen die nu in zijn notitieboekje staan. Vertellen om te voorkomen dat zij ook stomme dingen zouden gaan uitspoken, dacht hij.


Aan je kinderen mocht je het nog niet vertellen Louis, de discretie van het politieambt belette je dat, aan je kleinkinderen kon je het niet meer vertellen, je bent immers te vroeg gestorven, ze waren nog te jong of nog niet geboren.

Maar de straffe verhalen overleefden in jouw notitieboekje en 70 jaar later smullen je nakomelingen ervan.


Peter Crombecq

Grootvader van Joanna, achterkleindochter van Louis.


[1] Zou nu rond de 62.000 frank of 1.537 euro zijn.

349 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven